reglementen


Toelatingseisen van de Stichting R.M.M.

Originele fabriekracers, productieracers en eigen bouw racers tot en met het bouwjaar 1965, 50 cc tot en met het bouwjaar 1972.
Voor deelname is de minimumleeftijd 18 jaar, en dient men ten minste rijbewijs B (personenvoertuigen) te bezitten.

Technisch Reglement van de Stichting R.M.M.
Het technisch reglement is van toepassing op de motoren en persoonlijke uitrusting bij deelname aan R.M.M.-evenementen.
Er wordt van uit gegaan dat het motorrijwiel technisch en optisch in algehele goede conditie is en daarmee voldoet aan de eisen/regels zoals de Stichting R.M.M. verlangt.

1. Motorblok
Alleen het gebruik van origineel bewerkte gietstukken zoals gebruikt in de gestelde periode is toegestaan. niet toegestaan is het gebruik van materialen lichter dan de oorspronkelijke uitvoering. Het veranderen van de klephoek en/of het origineel aantal kleppen is niet toegestaan.

2. Versnellingsbak
Zoals de eisen van het motorblok, met niet meer versnellingen dan het aantal dat in de periode origineel in het gietstuk gemonteerd waren.

3. Carburateurs
Het gebruik van moderne carburateurs is niet toegestaan. Met inachtneming van bovenstaande, mogen alleen carburateurs worden gebruikt die in de periode vervaardigd zijn die door de vereniging gesteld is. Acceleratiepompen en alle vormen van drukvulling zijn verboden.

4. Brandstoftank en olietank
Vuldoppen moeten lekvrij afsluiten en zodanig gesloten en gezekerd zijn, dat losraken tijdens het rijden of bij een val voorkomen wordt. Kranen mogen niet lekken. Olieleidingen dienen, als de machine het toelaat, voorzien te zijn van een aangeperste wartel (geen slangenklemmen) Oliekoelers zijn niet toegestaan, met uitzondering van zijspancombinaties.


5. Brandstof
Er mag alleen gereden worden met normaal verkrijgbare handelsbenzine. Alle andere soorten brandstof zijn verboden.

6. Olieverlies
Alle motorrijwielen dienen te zijn voorzien van een vilt of schuimrubber plaat, om eventueel olieverlies op te vangen. Deze plaat dient het motorblok en de versnellingsbak zoveel mogelijk af te dekken. Het ter keuring aangeboden motorrijwiel dient lekvrij te zijn en de plaat dient schoon en droog te zijn.

7. Ontluchtingen
Alle ontluchtingen dienen uit te monden in een opvangreservoir van voldoende capaciteit. Deze reservoirs dienen verticaal bevestigd te zijn.

8. Frame en achtervork
Moeten van originele makelij te zijn. Mogen niet vervaardigd zijn van lichter materiaal zoals gebruikelijk in bedoelde periode.

9. Stuuruitslag
De stuuruitslag naar beide zijden moet maximaal 40° zijn. Met de voorvork tegen de aanslag moet er een hand (vuist) tussen tank en stuur kunnen.

10. Speling
Het balhoofd, de achtervorklagering en ook de wiellagers mogen geen voelbare ruimte hebben. Kettingwielen en kettingen van zowel de primaire als secundaire transmissie mogen niet abnormaal versleten zijn.

11. Grondspeling
Solomotoren moeten onbelast over een hoek van 50° naar links en naar rechts gekanteld kunnen worden zonder dat daarbij een deel van de motorfiets de grond raakt. (exclusief banden) Denk met name aan de hoogte van de voetsteunen.

12. Vering
Zowel de voor- als achtervering dient origineel te zijn. Veerelementen met een zogenoemd extra reservoir zijn niet toegestaan.

13. Wielen
Alleen gevlochten spaakwielen met een diameter vanaf 18 inch zijn toegestaan. Deze zonder speling of gebroken spaken ter keuring aanbieden. Indien er in het originele motortype wielen waren gemonteerd van een (aantoonbare) afwijkende diameter, is dit in overleg toegestaan. Bij de zijspannen moeten de wielen een minimale diameter hebben van 16 inch.

14. Banden
De banden dienen goedgekeurd te zijn voor de openbare weg en de toelaatbare snelheid van de banden moet ruim voldoende zijn. Dienen geen droogtescheuren of andere ouderdomsverschijnselen of beschadigingen te vertonen. De maat en type band moeten identiek zijn aan het bouwjaar van de motorfiets. Uitsluitend geprofileerde banden zijn toegestaan. Slicks en specifieke race/regenbanden zijn niet toegestaan. De minimum profieldiepte bedraagt 1,5 mm. De ventielen van het type Schröder (autoventiel) dienen te zijn voorzien van metalen stofdoppen.

15. Remmen
Alle motorrijwielen moeten zijn uitgerust met ten minste twee krachtige en goed functionerende trommelremmen kabelbediend, die onafhankelijk van elkaar werken. Elke vorm van hydraulische remmen is niet toegestaan.

16. Geluid en uitlaatsysteem
Maximum toelaatbaar is 98 dB(A). Het uitlaatsysteem dient degelijk bevestigd te zijn en evenwijdig aan het motorrijwiel mee naar achteren te lopen. De uiteinden mogen niet naar de zijkant uitsteken.

17. Borgen
Aftappluggen voor olie, vuldoppen e.d. voor olie, oliefilter (deksels), bevestiging van uitlaat, kortom alle onderdelen die los kunnen trillen moeten met draad geborgd zijn.

18. Hendels
De bedieningshendels (rem en koppeling) moeten aan de greep (uiteinde) bolvormig zijn. De diverse hendels moeten elk een afzonderlijk draaipunt hebben.

19. Gashendel
De gashendel moet van zodanige constructie zijn, dat wanneer het niet aangeraakt wordt vanzelf sluit, waardoor de gasschuif(-ven) vrijwel sluit(en).

20. Handvatten
De uiteinden mogen geen scherpe randen bevatten.

21. Kabels
De kabels moeten in goede conditie zijn. De kabelnippels moeten gesoldeerd zijn, dus geen schroefnippels.

22. Schermen
Open draaiende delen zoals kettingen, koppelingen e.d. dienen op deugdelijke wijze te zijn afgeschermd teneinde te voorkomen. dat rijders en/of passagier daarin met enig lichaamsdeel of kleding bekneld kunnen geraken. Als een volledige kuip niet aanwezig is, is een voorspatbord verplicht.

23. Nummerborden
Ovale nummerborden moeten aangebracht zijn aan de voorzijde van de motor en aan de linker en rechter achterzijde ter hoogte van de achteras, resp. linker en rechter zijde van een volle stroomlijnkuip. Scherpe randen afronden en/of met profiel afwerken zodanig dat er geen verwondingen kunnen worden aangebracht. De cijfers, met een hoogte van 12 cm, moeten duidelijk leesbaar zijn. Cijfers en de achtergrondkleur mogen op het achterzitje aangebracht zijn.

24. Kleurcombinatie
KlasseKleur BordCijfer
50 cc wit zwart
125 cc groen wit
250 cc geel zwart
350 cc rood wit
500 cc zwart wit
Rigid Webb+
(125 cc oud) wit rood
Zijspan vrij vrij

25. Stroomlijnen en kleurstelling
Het gebruik van zowel stroomlijnen als tophalfs is toegestaan. Het uiterlijk en de kleurstelling van de motorrijwielen dient de uitstraling te hebben van de bedoelde periode.


26. Kleding/helmen
Gedragen dient te worden zwarte of bruine lederen kleding uit de periode welke de Stichting R.M.M. vertegenwoordigt. Verplicht zijn in elk geval lederen kleding, lederen laarzen (minimaal enkelhoogte) en handschoenen. Passagiers kunnen elk type schoeisel dragen, tenzij van duurzaam en weerstand biedend materiaal. Over helmen: een deugdelijke en goed passende helm met idem gelaatsbescherming is verplicht. Een z.g. type Cromwell of jethelm is toegestaan. Helm met z.g. E-keur is toegestaan.

27. Diversen
Deelnemende motorrijwielen mogen niet uitgerust zijn met: koplamp, achterlicht, spiegels, kentekenplaat, bagagedrager, midden-voor-achterstandaard, duo-steunen, kickstarter, elektrische startmotor, schijfrem(men), aanjagers, acceleratiepomp, km- of ml-teller en elke andere vorm van snelheid- of tijdsmeting. Toerentellers uit de bedoelde periode zijn toegestaan.

28. Slotbepaling
In alle voorkomende gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur van de Stichting R.M.M.